Testcase voor burgerkracht

18/03/2014

 

De afgelopen tijd heb ik me wat meer verdiept in het fenomeen ‘burgerkracht’. Want wat doen burgers van Nederland als ze een maatschappelijk probleem in hun eigen omgeving zien? Ze richten een stichting of vereniging op en gaan aan de slag. Ook in tijden van bezuinigingen en crisis. Of misschien wel: júíst in tijden van bezuinigingen en crisis.

De problemen ontstaan vaak door geldgebrek: groen in de wijk kwijnt weg, de verf in het dorpshuis bladdert af, de culturele vereniging organiseert minder uitvoeringen, de sportvereniging verliest sponsoren etc. Verschraling van de samenleving dreigt. En wat eenmaal is verdwenen, komt niet zo snel meer terug.

Het is dan ook tijd dat wij, het volk van Nederland, doorpakken. Dat we niet langer aan het infuus van de overheid liggen. Dat we niet voortdurend bedrijven smeken om een sponsorbijdrage. Dat we geen aanvragen bij fondsen indienen voor projecten die op termijn toch niet in de lucht gehouden kunnen worden.

Waarom dan niet zelf aan de slag? Waarom bijvoorbeeld geen ‘gemeenschapsfonds’ oprichten? Dit fenomeen viert al sinds jaar en dag in de Verenigde Staten en Groot- Brittannië grote successen. En kent ook in Duitsland de laatste jaren een opmars: fondsen van, voor en door burgers.

In Nederland kennen we eveneens een aantal gemeenschapsfondsen, waaronder het Texelfonds. Deze stichting is door Texelaars opgericht om allerlei culturele en sociale activiteiten financieel te ondersteunen. En dat doet het fonds al tien jaar. Volgens mij verdient dat navolging: burgers die zelf geld werven en die vervolgens ook zelf bepalen wie een donatie ontvangt.

Burgerkracht in optima forma!

Deze column is eerder gepubliceerd op de website van Beter Geven.